U

U

Uit eten

Uit eten is een gezellige bezigheid; ook en misschien wel juist dan wanneer u bezig bent met lijnen. Een gezellig etentje moet u zich zeker niet laten ontzeggen, maar er zijn een aantal dingen waar u rekening mee moet proberen te houden.

Restaurant-eten is vaak wat vetter dan u zelf thuis klaar kunt maken. Het restaurant versiert uw eten met hier een sausje, daar een scheutje likeur, dan een toefje slagroom. Iets drinken bij de maaltijd verhoogt de gezelligheid. Zien eten, doet eten. Het zijn dingen die slecht voor uw lijn kunnen uitpakken. Daartegenover staan een aantal zaken die goed voor uw lijn kunnen uitpakken en die ook voor het uit eten kunnen gelden. Veel belangrijker voor de sfeer tijdens het etentje is een fijn gesprek of een opgeruimd gevoel. Juist tijdens het etentje kunt u rustig lang tafelen en staat er niemand op u te wachten zodat het eten hap-slok naar binnen moet worden gewerkt.

U kunt de voorafgaande en de volgende dagen rekening houden met de extra energie die u tijdens het uitje hebt gegeten en gedronken. U kunt uw menu verstandig samenstellen: gerechten kiezen waarin veel groente is verwerkt; spaarzaam zijn met alcohol; als dessert een vrucht of vruchtensalade kiezen; de tijd nemen om te kiezen en dan van alles een beetje nemen. Laat het etentje niet uw neus voorbij gaan, maar ga er verstandig mee om.

Uitspraken

Een politicus zou kunnen zeggen: ‘Dat is een uitspraak die ik niet zou willen doen’. In het gewone leven houdt men zich echter niet zo op de vlakte. Ook niet ten opzichte van diegenen die willen vermageren. Uitspraken kunnen nogal hard aankomen. Men kan zo gekwetst zijn, dat men de poging om af te vallen staakt. Gelukkig kent vrijwel iedere uitspraak een tegenuitspraak, zoals iedere medaille een keerzijde heeft. De waarheid ligt meestal ergens in het midden.
Hier wil ik het hebben over twee uitspraken die ik vaak hoor: `Ieder pondje gaat door ’t mondje’ en ‘Ik word van water al dik’. De eerste uitspraak is juist, maar de spreker bedoelt er meestal iets anders mee: `Je hebt te weinig doorzettingsvermogen om af te vallen’ bijvoorbeeld. De persoon voor wie de woorden bestemd waren, kan dan ook geen enkele stimulans uit zo’n uitspraak putten.

Ik zou die uitspraak veel liever de volgende betekenis meegeven: ‘Omdat ieder pondje door het mondje gaat, kunnen we er wat aan doen’. Zo klinkt dezelfde uitspraak veel stimuleren- der. Sommigen hebben die stimulans meer dan nodig, omdat ze zelfs met een minimum aan voeding nauwelijks afvallen. Wie zo moeilijk afvalt kan verzuchten: ‘Ik word van water al dik.’ Op zich is deze uitspraak niet waar, al houdt het lichaam soms extra vocht vast, waardoor men in zo’n periode extra moeilijk gewicht verliest.

In mijn praktijk ontmoet ik regelmatig mensen die om af te vallen slechts minimale hoeveelheden kunnen eten en die iedere keer dat ze zondigen met extra gewicht moeten bekopen. Wanneer u tot die groep van mensen behoort, moet u niet denken dat u het lijnen wel kunt vergeten. In zo’n geval moet men de verwachtingen veel lager stellen. Vergeet vooral niet dat men niet alleen afvalt van minder eten, maar evengoed van meer bewegen.